De tekstbaron

Toonaangevende teksten voor magazine, krant en web

Neem contact op

Welkom.

Leuk dat je op mijn website kijkt.
Je bent vast op zoek naar een tekstschrijver.

Dat komt goed uit, want ik schrijf met veel plezier portretten, levensverhalen, reportages, achtergrondverhalen, concertaankondigingen, recensies, blogs en lesmateriaal. Mijn teksten voor web zijn kort en krachtig, mijn portretten soms bijna poëtisch. Bovenal is elke tekst helder geschreven en afgestemd op de doelgroep. Ik ben breed geïnteresseerd – ideaal voor human interest – én gespecialiseerd in onderwijs en (klassieke) muziek.

Wil je ook een toonaangevende tekst van een veelzijdige auteur?
Een blogabonnement voor blijvende aandacht?
Of heb je een speciaal verzoek?

Mail, app, bel me of kom een kopje koffie drinken in Ede.

 

Hartelijke groeten,

Michel Berendsen
Tekstbaron

Mijn artikelen

De Zweedse klanken van Torstensson

Klas Torstensson woont al 45 jaar in Nederland. Hij is getrouwd met de Nederlandse zangeres Charlotte Riedijk en dit jaar is hij 'composer in focus' bij De Doelen in Rotterdam. Alleen zijn naam lijkt zijn afkomst nog te verraden, maar niets is minder waar. Zweden nog steeds de grote inspiratiebron voor zijn muziek.

‘Wil je je schoenen uitdoen, alsjeblieft?’ Enigszins gegeneerd omdat ik niet op de hoogte ben van dit Zweedse gebruik, trek ik mijn schoenen uit. Gelukkig stelt zijn vriendelijke toon me gerust. Op mijn sokken betreed ik het herenhuis in Haarlem. ‘Zullen we elkaar tutoyeren?’ vraagt hij.

Fastlandet
Boven, op zijn werkkamer, hangt een fotootje. Genomen vanuit het raam van zijn zomerhuis in Zweden, zes kilometer van de plek waar hij is opgegroeid. Je ziet vooral natuur. ‘Vroeger, als het flink had gesneeuwd, zetten we de auto bovenaan en gingen we met langlaufski’s naar beneden. Nu doen we dat niet meer, maar als ik even tijd heb zit ik er met mijn partituurschetsen voor het raam, genietend van het uitzicht.’

Het was in de winter van 2006 dat Klas, broedend op zijn compositieopdracht ter gelegenheid van het Sibelius-jaar, daar een formatie zwanen voorbij zag trekken. Met dit prachtige beeld viel alles op zijn plaats. De Finse componist Jean Sibelius was bezeten van zwanen. Hij noteerde in zijn dagboek wanneer hij voor het eerst in het seizoen zwanen zag, hoeveel, in welke formaties en onder welke weersomstandigheden. Een citaat uit Sibelius’ compositie De zwaan van Tuonela uit de Lemminkäinen suite kon dan ook niet ontbreken in zijn orkestwerk, dat Fastlandet (Het vasteland) zou gaan heten. Verbonden met het zwanenthema klinkt het zachte breken van dunne berkentakjes. ‘Het landschap waar Sibelius woonde lijkt erg op dat rond mijn zomerhuisje; met veel berken, water en bos. Net Zuid-Limburg, afgezien van het vele water dan.’

Fastlandet is het eerste deel van de Cycle of the North, waarin hij ons meeneemt op zijn muzikale reis. Van het vasteland gaan we naar de Poolzee (Polarhavet) om vervolgens op te stijgen naar de hemel (Himmelen). Een reis met een mooi vooruitzicht: ‘Eigenlijk gaat het mij nooit om de bestemming, maar om de reis ernaartoe, het himmelen. Dat is veel interessanter, ook als muzikaal proces.’

Christina
Klas houdt niet alleen van de Zweedse natuur, maar ook van vrouwen – in het bijzonder van Christina. In de liederencyclus In großer Sehnsucht uit 2004 wijdde hij al een lied aan deze Zweedse koningin (Stockholm, 18 december 1626 – Rome, 19 april 1689). Nu is hij bezig met een nieuw werk over haar. Terwijl we de schetsen bekijken, vertelt hij waarom hij zo in haar geïnteresseerd is.
‘Autunno di Christina gaat over de laatste jaren van haar leven, nadat ze afstand had gedaan van de Zweedse troon. Ze vertrok naar Rome en werd daar verliefd op kardinaal Azzolino. Ze schreef hem talloze brieven met zinnen als ‘Ik hou van je’ in een eigen geheimschrift. Een Zweedse vorstin die verliefd was op een kardinaal was in die tijd natuurlijk ondenkbaar.’
En dan was er nog het mysterie over haar nogal mannelijke gedrag: was de koningin misschien hermafrodiet, vroeg men zich af. In 1965 werd haar graf gelicht en kwam er een eind aan alle speculaties. Juist op dat spannende moment begint de nieuwe compositie voor sopraan en groot ensemble: ‘Christina stormt woedend het podium op met het lijkschouwrapport. Later komt ze tot rust en denkt ze terug aan haar mooie tijd met de kardinaal.’

Rijk klankenpalet
De première van Autunno di Christina is onderdeel van de concertserie Klas Torstensson, composer in focus. De Doelen zet hem niet voor niets in de schijnwerpers, hij functioneert in ons muziekleven als de overdrager van het natuur- en cultuurschoon uit het land van zijn oorsprong.
Maar bovenal heeft hij een unieke muzikale taal ontwikkeld. In zijn vroege werk trad hij in de voetsporen van Varèse en Xenakis: ‘In die tijd was mijn muziek veel ontoegankelijker. Genieten was er niet bij.’ Transpiratie bij de componist én luisteraar dus. Over een compositie van krap een half uur doet Klas nog steeds al gauw een jaar, maar door de toevoeging van tonale elementen heeft het publiek het makkelijker gekregen.

Veel van zijn werken beginnen tamelijk luid, zoals met de razende Christina in Autunno di Christina of de heftige paukensolo van Fastlandet. Je wordt hierdoor meteen meegetrokken in het muzikale proces en bevindt je niet meer als in een dwangbuis, zoals de uitvoeringen van zijn vroegere composities. Nee, je zit losjes op het puntje van je stoel en wordt steeds weer verrast door het rijke palet van muzikale klankkleuren.

KUNSTZONE 04/2018


Elegie van een stervend ecosysteem

In zijn videoclip Elegy for the Arctic confronteert Ludovico Einaudi ons met de opwarming van de aarde. Op een platform in de Noordelijke IJszee gezeten laat hij desolate pianoklanken horen, terwijl rondom hem gigantische stukken ijs van de Wahlenbergbreen Gletsjer met donderend geraas in het water tuimelen.

Einaudi is zichtbaar onder de indruk van wat hij ziet. Hij vertelt in een interview dat de vallende ijsbrokken grote golven veroorzaken en dat daardoor het landschap voortdurend verandert. Ook ik ben getroffen door de beelden. De melancholische muziek van Einaudi versterkt mijn besef dat we zuinig moeten zijn met de aarde. En ik ontdek dat componisten van over de hele wereld zich zorgen maken over de (slechte) invloed van de mens op de natuur en hun werk aangrijpen om hier de aandacht op te vestigen. In dit artikel volgen we enkelen van hen, via Estland naar Amerika, om te eindigen in ons eigen land.

Kleine schakel, grote gevolgen
De Estse componist Erkki-Sven Tüür woont op het eiland Hiiumaa in de Oostzee. Daar ziet bij dagelijks hoe zijn omgeving verandert. De zomers zijn koeler geworden, de winters warmer. En tot overmaat van ramp vindt er ook nog ontbossing plaats. Hierdoor kan een gevoel van ‘solastalgia’ ontstaan en het is alsof je je door al die veranderingen niet langer thuis voelt in je eigen omgeving. Zijn recente concert voor piccolo en orkest is vernoemd naar dit gevoel. Ook al is de piccolo het kleine instrument van alle orkestinstrumenten, hij beïnvloedt met zijn hoge tonen het hele orkest. Precies zoals de mens een heel ecosysteem kan ontregelen. De wisselwerkingen tussen piccolo en orkest ontaardt in heftige climaxen. In een mailwisseling laat hij me weten dat hij het liefst de verbeelding van de luisteraar prikkelt: ‘Hoort de luisteraar smeltende ijskappen, dan is dat oké. Maar iets anders mag ook, graag zelfs.’

De stemmen van het water
Op het strand in Alaska luistert John Luther Adams naar de Grote Oceaan. Naar de stem van iedere golf die binnenrolt, haar unieke stijgende en dalende contour, het crescendo en decrescendo, het interval tussen de golf ervoor en erna. Een plastic fles wijst hem op de vervuiling, de brandende zon op de smeltende ijskappen en de toename van woestijnen. ‘Ik moet me niet verder laten afleiden’, denkt hij. ‘Terug naar het pure luisteren.’ Maar dat is bijna niet mogelijk. ‘Het leven op de aarde ontstond uit de zee. Nu het poolijs smelt en het zeeniveau stijgt, worden wij geconfronteerd met het vooruitzicht dat we bijna letterlijk weer zee worden.’ Zijn 42 minuten durende compositie Become Ocean bestaat uit verschillende klankvelden, gespeeld door drie orkesten. Elk klankveld heeft zijn eigen tempo en ritme. Er ontstaat een tijdloos gevoel. De lage tonen in het begin lijken uit de diepe oceaan te komen. Ze zijn zo intens dat je je naar beneden getrokken voelt naar de bodem van de oceaan. De drie grote crescendi klinken als tsunami’s die de voorbode zijn van de naderende Apocalyps.

Adams en Tüür vertalen processen uit de natuur naar hun muzikale idioom. Er zijn ook componisten die heel anders te werk gaan, zoals Daniel Crawford. Eigenlijk is Crawford helemaal geen componist, hij studeerde geografie en Environmental Science. Toch componeerde hij het strijkkwartet Planetary Bands, Warming World. Hoe? Met hulp van geograaf Scott St. George van de Universiteit van Minnesota analyseerde hij temperatuurgegevens van het noordelijk halfrond. In het strijkkwartet hoor je de opwarming van de aarde in de stijging van de toonhoogte. Het is een grafiek die tot klinken is gebracht. Volgens St. George maakt het wetenschappelijk gezien niet uit of je data omzet in een grafiek of muziekstuk. Ze zijn allebei valide.

De roep van de weidevogel
Terug naar Nederland, Friesland. Naar de bevlogen componist, slagwerker en vogelaar Sytze Pruiksma. Hij is bezorgd over de onwetendheid van de meeste Nederlanders: ‘Mensen hebben geen idee wat er zich in de weilanden afspeelt.’ Eerlijk gezegd had ik me dat – onderweg naar het Friese dorpje Weidum en genietend van het weidse landschap en de vogels – ook niet gerealiseerd. Maar Pruiksma praat me snel bij: ‘Door de intensieve landbouw zijn de weilanden uitgeput en overbemest met stikstof. Daardoor zijn er bijna geen insecten meer en is dus voor veel vogels hun voedsel verdwenen.’ Als vogelaar ziet hij met lede ogen aan hoe het aantal weidevogels afneemt. In zijn compositie Wrâldfûgel (Wereldvogel) geeft hij de weidevogel een podium met zijn vogelfluitje. Na een rustig begin raakt de weidevogel in paniek en uiteindelijk blijft er een klagende, eenzame roep over. Pruiksma begeleidt zichzelf op zijn dulcimer, waarmee hij het (muzikale) landschap creëert waarin de weidevogel leeft.
Pruiksma vindt het fantastisch dat Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa is geworden en heeft daar zelf overigens ook hard aan meegewerkt. ‘Ik merk dat de nuchtere Friezen trots zijn geworden op hun land en meer zelfvertrouwen hebben gekregen. Dat zelfvertrouwen brengt mensen in beweging om iets te doen tegen de stervende ecologie.’

Groene mug
In Haarlem is ook een beweging in gang gezet. Daar zoemt De groene mug, een organisatie die de stad in 2030 klimaatneutraal wil laten zijn. Om dit initiatief een boost te geven componeerde Imre Ploeg, opgegroeid in Haarlem, De dans van de groene mug. De compositie werd in 2016 voor het eerst uitgevoerd door het Kennemer Jeugd Orkest, waar hij als kind lid van was. De dans van de groene mug is een reis door de ecologische geschiedenis en toekomst van Haarlem, van het drassige veenlandschap waar Haarlem uit opgetrokken is, naar het klimaatneutrale Haarlem in 2030. Tegelijkertijd komt de muziekgeschiedenis voorbij met citaten van Hendrik Andriessen (ook een Haarlemmer), zijn zoon Louis, Camille Saint-Saëns en de Damiaatjes van de Sint-Bavokerk. Oorspronkelijk klonken deze kerkklokken ter herinnering aan de verovering van het Egyptische Damietta. De Damiaatjes zouden zelfs door de Haarlemmers uit Egypte zijn meegenomen. Of dit waar is, valt sterk te betwijfelen. Voor Ploeg hebben de klokken echter een nieuwe betekenis gekregen. Als hij ze hoort speelt hij zijn eigen muziekstuk in zijn hoofd. Stiekem hoopt hij dat de leden van het Kennemer Jeugd Orkest dezelfde ervaring hebben: ‘Dat ze dan even aan de groene mug denken en zich bewust zijn van het klimaat.’

Hoop doet leven
Tijdens mijn muzikale reis ontdekte ik prachtige muziek van componisten die begaan zijn met de natuur. Ze maken ons bewust van de klimaatopwarming en alle andere negatieve invloeden van het Antropoceen. Maar er gloort hoop. Er zijn allerlei initiatieven om onze negatieve invloed op klimaat en natuur om te zetten in ambitieuze doelen om de stervende ecologie nieuw leven te geven. Muziek is daarvoor ook een goed instrument. Ze beleert niet, maar zet ons met haar verbeeldingskracht aan tot nadenken en, belangrijker nog: tot actie.

KUNSTZONE 03/2018


Paastijd met het Nederlands Kamerkoor, van innige soberheid tot pure expressie

Wie van koormuziek houdt, kan in april zijn hart ophalen met het Nederlands Kamerkoor. Chef-dirigent Peter Dijkstra vertelt in gesprek met Luister enthousiast over zijn Italiaanse programma met werken van Allegri, Scarlatti, Gesualdo en Scelsi, en het uitstapje naar de Schotse componist MacMillan. 

In dit afwisselende programma wordt de koorliefhebber vanaf de eerste minuut overweldigd met de rijke klanken van het Miserere van Gregorio Allegri. Volgens chef-dirigent Dijkstra wordt deze rijkdom veroorzaakt door de ruimtelijke opstelling van het koor en zijn de tekst en noten juist heel sober: ‘Het Miserere is gebaseerd op de tekst van psalm 51. Hierin toont koning David berouw aan God omdat hij is vreemdgegaan. Die innige schuldbekentenis staat centraal in het Miserere. De zetting van Allegri is rijk door zijn eenvoud, met slechts een enkele versiering. Die soberheid wil ik behouden.’

Mysterie van het Miserere
Het had maar een haar gescheeld of het Miserere van Allegri was eeuwenlang alleen in de Sixtijnse Kapel te horen geweest. Toch kunnen we in april in heel Nederland genieten van deze prachtige toonzetting dankzij een veertienjarige jongen, een genadige paus én het Nederlands Kamerkoor. Om dit mysterie verder op te helderen moeten we terug naar de jaren dertig van de zeventiende eeuw.

In die periode componeerde Allegri het ‘Miserere mei, Deus’ voor de diensten op Schortelwoensdag en Goede Vrijdag in de Sixtijnse Kapel. Het moet prachtig geklonken hebben: twee koren die de kapel vulden met bijna hemelse klanken. Paus Urbanus VIII was zo onder de indruk dat hij een kopieerverbod instelde op straffe van excommunicatie.

Bijna anderhalve eeuw hield het verbod stand, totdat de veertienjarige Wolfgang Amadeus Mozart in 1770, tijdens zijn reis door Italië, op woensdag de dienst bijwoonde en het Miserere hoorde. ’s Avonds schreef hij het werk in één keer op. Op vrijdag ging hij nog een keer terug om het werk nogmaals te beluisteren en wat kleine aanpassingen te doen.

Mozart had het kopieerverbod geschonden en moet het zweet in de handen hebben gehad toen hij door de paus op het matje geroepen werd. Maar in plaats van excommunicatie kreeg Mozart een onderscheiding. Het kopieerverbod werd opgeheven en Mozart zorgde ervoor dat het werd gepubliceerd in Londen. Sindsdien heeft het Miserere een stormachtig bestaan gekend met diverse transcripties, waaronder die van Felix Mendelssohn. Aan hem hebben we de hoge c te danken.

Onbekende muziek voor het voetlicht
Na het Miserere van Allegri volgt het Stabat Mater van Domenico Scarlatti, dat van Dijkstra een centrale plek in het programma heeft gekregen: ‘Het is onterecht dat Domenico in de loop van de geschiedenis in de schaduw van zijn vader Alessandro is komen te staan. Hij schreef vooruitstrevende klaviermuziek, maar ook zijn tienstemmige Stabat Mater voor koor en continuo mag niet vergeten worden.’ Hierin hanteert Domenico de polyfone schrijfwijze uit de renaissance. Niet in al zijn weelderigheid, maar net als Allegri innig en sober, volledig passend bij de tekst waarin Maria huilend haar zoon ziet sterven aan het kruis.

Tussen Scarlatti en Scelsi
Allegri, Scarlatti, Scelsi… Dijkstra heeft duidelijk in alle uithoeken van de Italiaanse koormuziek gezocht. Maar, hoe overbrug je meer dan twee eeuwen muziek? De chefdirigent vond het antwoord bij Gesualdo, die met één been in de contrapuntische renaissancestijl staat en met het andere been zijn tijd ver vooruit is. Pas in de twintigste eeuw kreeg Gesualdo erkenning van componisten als Wolfgang Rihm, die hem zelfs de moord op zijn vrouw en haar minnaar lijkt te vergeven: ‘Nauwelijks is de Prins klaar met het steken van zijn dolk in lijken of hij zit alweer achter zijn bureau de meest fantastische contrapunt te schrijven, het mooiste dat er is. Hij is onnavolgbaar.’

Dijkstra heeft voor drie delen uit de Responsoriae gekozen, waarin we, weliswaar wat minder dan in zijn madrigalen, regelmatig de wonderbaarlijke chromatische expressiviteit van Gesualdo horen. Het is een goede opwarmer voor de bijzondere toonfluctuaties en microtonaliteit in de Tres Canti Sacri van Scelsi.

MacMillan
Het concert eindigt met het Miserere van James MacMillan. Deze Schotse componist interpreteert de tekst op een spannende manier, waarin verstilde momenten contrasteren met expressieve uitbarstingen. MacMillan geeft in de partituur van het Miserere allerlei aanwijzingen, zoals ‘crying’, ‘empathic’, ‘pleading’ en ‘desolate and cold’. Deze woorden passen heel goed bij zijn muziek en zijn persoonlijkheid, want MacMillan is dominicaan in hart en nieren. Hij spreekt met zijn muziek recht uit het hart en brengt ons op gedachten die passen bij de periode na Pasen.

Van Allegri tot MacMillan
In dit concert wordt de luisteraar vanuit het Miserere van Allegri op muzikale reis genomen. Eerst door Italië en dan overzee naar Schotland, waar we weer bij het Miserere uitkomen. Daarmee is de cirkel tekstueel gesloten, maar de fantastische rijkdom aan klanken zal nog lang doorklinken in de hoofden van de bezoekers.

 

LUISTER NR. 730, MAART 2018

Volg mij op Twitter