De tekstbaron

Toonaangevende teksten voor magazine, krant en web

Neem contact op

Leuk dat je op mijn website kijkt. Je bent vast op zoek naar een tekstschrijver. Dat komt goed uit, want ik schrijf met veel plezier portretten, levensverhalen, reportages, achtergrondverhalen, concertaankondigingen, recensies, blogs en lesmateriaal.

Mijn teksten voor web zijn kort en krachtig, mijn portretten soms bijna poëtisch. Bovenal is elke tekst helder geschreven en afgestemd op de doelgroep. Ik ben breed geïnteresseerd – ideaal voor human interest – én gespecialiseerd in onderwijs en (klassieke) muziek.

Wil je ook een toonaangevende tekst van een veelzijdige auteur? Mail, app, bel me of kom een kopje koffie drinken in Ede.

Michel Berendsen
De Tekstbaron

Mijn artikelen

Kunst om taboes te doorbreken

Ik was amper twintig toen ik mijn eerste baan in rolde. Een homo op een christelijke school, daar had ik, alleen al door de roerige tijd van zelfacceptatie, nog niet over nagedacht.

En ik vond weliswaar houvast aan mijn werk, maar datzelfde werk zorgde ervoor dat ik vijftien jaar lang steeds verder de kast in kroop, in plaats van eruit. De verschillende incidenten die plaatsvonden en het stilzwijgen van homoseksualiteit, versterkten bij mij het idee dat het vormen van repressie waren. Homo, (te) makkelijk gebruikt als stopwoord, maar kennelijk te moeilijk om als ‘zijn’ te accepteren, laat staan erover te spreken.

Op mijn school werd ik me ervan bewust dat het heel moeilijk is om een taboe te doorbreken. Het kan zelfs zeer gewaagd zijn, zo bleek uit de reacties op de recente reclamecampagne van Suitsupply. Zoenende mannen die in feite de schijnacceptatie van homoseksualiteit blootlegden. Maar haat en agressie zijn slechte wapens. Het beste wapen had Suitsupply met haar boodschap van liefde, vastgelegd met krachtige foto’s. Ik vind die foto’s kunst.

En kunst, dat is wat wij in handen hebben om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, om te laten zien dat iets er kan – en mag – zijn.

KUNSTZONE 05/2018


YouTube als nieuwe vrijplaats voor kunst

Het lijkt erop dat we in een periode van nieuwe preutsheid zijn beland. Musea worstelen met werk dat te erotisch of te gewelddadig wordt gevonden, tegelijkertijd is op YouTube een nieuwe beweging die zich hier geen ‘fock’ van aantrekt. Wat heeft tot deze preutsheid geleid en: kunnen we wat van die YouTube-beweging leren?

Terwijl op de achtergrond The Beatles te horen zijn, vertelt mijn vader over de jaren zestig. ‘Dat waren nog eens tijden! Ik ging toen vaak naar Amsterdam, want daar gebeurde het.’
Het moet een enorme belevenis voor hem zijn geweest zijn om als jonge hippie – geboren en getogen in een klein dorp vlakbij de Achterhoek – naar Amsterdam te gaan. ‘En ’s avonds ging ik niet naar huis, maar bleef ik slapen in het Vondelpark. Dat kon in die tijd gewoon. Moet je nu eens proberen!’

Ik zou me nu ’s nachts beslist niet veilig wanen in het Vondelpark, maar of daar destijds veel geslapen werd? De jaren zestig waren toch de jaren van de seksuele revolutie, de tijd dat alles mocht en kon? Waarin seks voor het huwelijk opeens heel gewoon was en het met meerdere partners ‘doen’ niet vreemd gevonden werd? Er werd bovendien druk over gesproken en gediscussieerd, in de bladen, op tv en ja, ook in musea en films. ‘Het was natuurlijk een moment waarop iedereen met iedereen naar bed ging, althans in mijn wereld’, zei Paul Verhoeven in Andere Tijden. En daarbij werd kennelijk niet zo strikt naar leeftijd gekeken. Jodie Foster was pas twaalf toen ze een hoertje speelde in de film Taxi Driver (1976). In datzelfde jaar verschenen ook naaktfoto’s van Eva Ionesco – elf jaar – in de Italiaanse Playboy, gemaakt door haar moeder, Irina Ionesco, een Franse fotografe. En de Engelse schilder, fotograaf en schrijver Graham Ovenden fotografeerde in die tijd regelmatig blote of deels ontblote jonge meisjes.

#METOO-CENSUUR

Die seksuele revolutie bracht veel goeds, maar werkte ook grensoverschrijdend gedrag in de hand. De moeder van Eva Ionesco bezorgde haar kind een levenslang trauma. Ovenden kon, zo bleek in 2013, niet altijd met zijn handen van zijn minderjarige modellen afblijven. Het leek alsof er destijds weinig oog was voor de andere kant van de medaille, dat wil zeggen voor het leed achter die zogenaamde seksuele vrijheid.

Inmiddels is de seksuele moraal veranderd, en sinds de #MeToo-actie van oktober 2017 komen er steeds meer gevallen van seksueel wangedrag en misbruik aan het licht. Het begon er allemaal mee dat enkele actrices filmproducent Harvey Weinstein openlijk beschuldigden van seksueel wangedrag. Ontelbare slachtoffers voelden zich daardoor gesteund om ook naar buiten te treden via de hashtag op Twitter of via andere media. Helaas hebben zich bij het #MeToo-offensief ook ‘allerlei zedelijkheidsapostelen’ (zoals historicus Han van der Horst ze noemt) aangesloten, ‘om hun benepen kuisheidsideologie te propageren.’ En dat heeft geleid tot iets wat we later misschien gaan duiden als de revival van de preutsheid.

Musea volgen elk hun eigen strategie als de druk die de buitenwereld op hen uitoefent bepaald werk niet te tonen, te groot wordt. Er zijn er die in opspraak geraakt werk angstvallig in het depot opbergen, terwijl andere voet bij stuk houden en het op zaal tonen of openlijk de discussie aangaan met het publiek. En ondertussen kunnen bezoekers van het Boijmans in naaktpakken met grote tieten en piemels om metershoge drollen hupsen.

‘IK GEEF GEEN FUCK’

Op YouTube is een nieuwe groep opgestaan, die zich niets aantrekt van zedelijkheidsapostelen of wie dan ook. Een paar jaar geleden werd Famke Louise bekend met haar vlogs. Na een serie pranks met haar inmiddels veroordeelde ex-vriend Snapking, richtte ze zich op beauty en alledaagse dingen als eten of vakantie. Ze is geliefd, maar wordt ook intens gehaat. In het nummer Op me monnierekent ze af met haar haters:

‘Ik laat die haters huilen met een smile op m’n selfie
Jij kan nog zoveel praten, maar je man die liket m’n selfies
Aan jou nooit meer tijd verspillen
Ben op me monnie, ben op selfish
Wat jij zou doen om mij te zijn
Het is ongelofelijk, het is ongelofelijk’

In haar sexy hotpants, voorovergebogen over een toonbank en likkend aan haar lolly, heeft ze het over haar verraderlijke ‘ding’:

‘Al die boys, ja ze willen mee
Maar dat gaat niet zo makkelijk
Ik ben op me monnie, waar is dat that way?
Maar m’n sannie is verraderlijk’

Famke ontwikkelt zich vervolgens als rapvlogster en het ene na het andere nummer verschijnt op haar YouTube-kanaal. Wanneer ze samen met Ronnie Flex in de Top 40 belandt, lijkt de wereld van de rap voor haar open te liggen. Maar ook dan krijgt ze er flink van langs; vlograp wordt gezien als een bedreiging voor de hiphopcultuur. Haar videoclips staan stijf van de autotune en haar liveoptredens falen, zoals grote koppen in de media laten zien. ‘Oei! Famke Louise zingt vals bij haar eerste optreden’ en: ‘Famke Louise staakt optreden na bierdouche.’ Op YouTube gelden echter andere wetten, weet talentscout Jonathan Berhane. In Trouw verklaart hij waarom: ‘Want iedereen die Famke Louise tof vond, wilde dat nummer checken. Iedereen die een hekel aan haar had, wilde dat nummer checken. En iedereen die geen idee had, wilde toch eens kijken waar alle ophef over ging. En ging dus dat nummer checken. Er ontstond echt het effect van… dit móet je gezien hebben.’ Famke zelf kijkt er zo tegenaan:

‘Ik ben op m’n eigen shit, hoef niet te klagen
Ik ben op het internet een sensatie
En ik geef geen fuck, een nieuwe generatie.’

SPIEGEL VAN AMERIKA

Met die laatste zinnen uit haar nummer LIT, slaat Famke Louise de spijker (bijna) op de kop. Het is niet zozeer een nieuwe generatie, maar een nieuwe beweging die zich vrijvecht, ongeacht leeftijd of ervaring. De 34-jarige Afro-Amerikaan Donald Glover heeft bijvoorbeeld al een glansrijke carrière achter de rug als hij in mei 2018 onder zijn artiestennaam Childish Gambino de videoclip This is America op YouTube uitbrengt.

De video begint onschuldig. In een leeg warenhuis loopt een man naar een gitaar die op een stoel ligt. Hij begeleidt vervolgens een koor dat Afrikaans getinte muziek zingt. Gambino staat een eindje verderop en beweegt zich – dansend – naar de man. De danspasjes verwijzen naar die van het typetje Jim Crow, een personage dat in 1828 voor het eerst door de blanke Thomas Rice, met zwart geschminkt gezicht, op de planken werd gezet. Blanke entertainers namen het typetje over en de zogenoemde black faces werden zo het symbool van de (stereotypering van) Afro-Amerikaanse slaven. Als de gitarist weer in beeld komt heeft hij een zak over zijn hoofd, Gambino pakt een pistool en schiet hem neer. ‘This is America’, rapt hij. Tijdens het tweede couplet maait hij met een machinegeweer een heel gospelkoor neer, een verwijzing naar de schietpartij in een kerk in Charleston in 2015. Aan het einde van de clip slaat hij op de vlucht. De kijker wordt afgeleid met vermakelijke dansjes terwijl intussen een lijk wordt weggesleept en een wit paard voorbijdraaft met daarop een man met hoed: een Bijbelse verwijzing naar de Apocalyps.

Met zijn video (die al ruim 150 miljoen keer is bekeken) stelt Glover op kunstzinnige wijze het geweld in Amerika aan de kaak. Hij wordt geroemd als ‘The performer holding a mirror to America’ (Financial Times) en ‘De Donald die Amerika echt great maakt’ (De Tijd).

‘MAKE AMERICA YOUR BITCHES’

Nog geen twee weken na de lancering van This is America verschijnt Brooke Candy met de videoclip War waarin ze flink tekeergaat tegen de maatschappij en de oorlog verklaart aan Amerika. De artieste is tijdens haar kunstzinnige zoektocht teruggekeerd naar haar roots – rebelse punk-metal-rap – en net als Gambino iemand die, tegen de zedelijkheidsstroom in, tegen de (Amerikaanse) maatschappij durft aan te schoppen:

‘The government lied
The media lied
Your momma lied
Your grade school lied
Fuckin’ liars’

‘So take your capitalist interest
And make America your bitches
Another body on the hitlist
Dumb de dumb dumb they all fall down’

DISCUSSIES IN PLAATS VAN CENSUUR

Terwijl musea bakkeleien of kunst moet worden weggehaald, laat deze beweging op YouTube zich niet beperken door de nieuwe preutsheid en doet wat ze wil. Haatreacties worden bestreden met felle raps, censuur met creatieve oplossingen. Kunstenaar Micol Hebron bedacht iets tegen de censuur van vrouwenborsten op Facebook en Instagram: templates van mannentepels die vrouwen over hun eigen tepels kunnen plakken. Met de campagne #freethenipple strijden vrouwen voor de vrijheid om hun borsten te vertonen op social media.
Kunst mag provoceren, choqueren en taboes doorbreken. Om de toeschouwer kritisch te laten nadenken over wat er gebeurt in de maatschappij. Dit mag niet worden belemmerd, niet op YouTube en social media en zeker niet in musea. Terug dus met de verbannen schilderijen, beelden en foto’s, zodat we erover kunnen discussiëren!

En die discussies voeren in de klas, willen en durven we dat ook? De berichten daarover spreken elkaar tegen. Uit een onderzoek onder openbare scholen van de Vereniging Openbaar Onderwijs (2016) blijkt dat 83% van de docenten controversiële onderwerpen niet uit de weg gaat. Dat is een hoopgevend aantal. Een grote groep docenten kan en wil leerlingen daarmee helpen in hun zoektocht naar hun identiteit, hun plek in de maatschappij. En laten we even reëel zijn, u weet toch ook wel dat leerlingen video’s van de nieuwe beweging op hun mobiel of laptop hebben bekeken?
We kunnen daarom maar beter het kunstonderwijs benutten om samen met de leerlingen die nieuwe beweging te duiden en betekenis te geven.

 KUNSTZONE 05/2018

Het Bourgondische abc van Paul van Nevel

Tijdens Festival Oude Muziek worden we met het thema 'Het Bourgondische Leven' getrakteerd op uitbundige muziek met weelderige polyfonie, opera en dans. Maar daar blijft het niet bij. Op 24 augustus laat Paul van Nevel in zijn concertmarathon een breder spectrum horen van de Bourgondische muziek met een alfabet van componisten.

Het Bourgondische leven verwijst naar de periode van de Bourgondische hertogen Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute, en in brede zin ook van Maria van Bourgondië en Filips de Schone. Van de eerste vier hertogen wordt gezegd dat ze werden geboren als prinsen en leefden als vorsten. Toen Filips de Stoute in 1363 van zijn vader het hertogdom Bourgondië kreeg, smeedde hij meteen plannen om zijn gebied uit te breiden. Hij trouwde met Margaretha van Male en erfde door de dood van haar vader Vlaanderen, een economisch wingebied waar Bourgondië zijn rijkdom aan ontleende. Onder zijn opvolgers breidde het hertogdom zich gigantisch uit, grofweg van Frankrijk tot de Duitstalige landen.

De hertogen waren enorme kunstliefhebbers. Aan het einde van zijn bewind wist Filips de Stoute op sluwe wijze een hofkapel te vormen door goede componisten als Tapissier, Grenon en Egidius weg te kapen bij het Franse hof. Sindsdien stonden het Franse en Bourgondische hof op politiek en artistiek vlak lijnrecht tegenover elkaar, maar de Bourgondische muziekkapel floreerde en werd de bakermat van de Frans-Vlaamse polyfonie, de plek waar de muzikale vernieuwingen in gang werden gezet.
De muziek die werd gemaakt onder Filips de Stoute en Jan zonder Vrees is nog zuiver middeleeuws: driestemmig, soms met verschillende teksten in de verschillende partijen. In de periode tot 1506 ontwikkelde de muziek van de Bourgondiërs zich tot transparante, evenwichtige polyfonie met imitatie- en canontechnieken, zoals die van Josquin Desprez.
Als prelude op Festival Oude Muziek geeft dirigent en oude muziek-kenner Paul van Nevel met zijn Huelgas Ensemble in drie opeenvolgende concerten een encyclopedisch overzicht van de Bourgondische componisten en hun muziek. Een groot deel van het alfabet is gevuld met componisten die we niet of nauwelijks kennen.

Onbekend of anoniem
Volgens Van Nevel zijn veel Bourgondische componisten voor ons zo onbekend, omdat ‘aan de muziek van de zuiver Bourgondische tijd veel minder aandacht wordt besteed dan aan die van na 1506, als het Bourgondische rijk overgaat naar de Habsburgers. De Bourgondische muziek is totaal anders gestructureerd en misschien iets minder evident dan de muziek van bijvoorbeeld Lassus.’
Zelfs voor Van Nevel was het moeilijk om bij elke letter een componist te vinden: ‘In de eerste gesprekken met festivaldirecteur Xavier Vandamme bleek de opzet van een Bourgondisch alfabet zo interessant te zijn, dat ik heb toegezegd zonder dat ik eigenlijk op voorhand goed wist waar ik aan begon. Ik dacht dat ik er met mijn uitgebreide bibliotheek wel uit zou komen, maar het tegendeel was waar. Ik wist al wel dat er geen componisten met een X zijn, dus dat staat in het programma ook zo vermeld. Bij de A heb ik Anoniem geplaatst, want grosso modo kun je toch wel zeggen dat 30 tot 40% van het repertoire uit die tijd anoniem is overgeleverd. Ik wilde ervoor zorgen dat die composities niet door de mazen van het net zouden vallen en daarom heb ik naast de A ook de I van Incertus en de Z van Zonder Naam gereserveerd voor composities waarvan we niet weten van wie ze zijn. Bij de andere letters was mijn eerste voorwaarde dat ik geen inferieure componisten zou kiezen. Dat ging bij de ene letter makkelijker dan bij de andere.’

De letter B
Bij de B kon Van Nevel kiezen uit een groot aanbod van goede componisten. Het werden er uiteindelijk twee: Binchois en Busnois. Gilles Binchois was een belangrijke componist van het Bourgondische hof. Het Bel Acueil van Antoine Busnois is een rondeau – een van de belangrijke muzikale vormen van die tijd – en een toonbeeld van weemoed, zoals die in zoveel Bourgondische composities doorklinkt.

De letter D
Bij de D deed Van Nevel een ontdekking: ‘Divitis kende ik wel van naam, maar ik heb eigenlijk nog nooit een compositie van hem uitgevoerd. De Missa Si Dedero is zeer interessant, omdat Divitis hierin een toen gebruikelijke praktijk, het contrappunto alla mente, schriftelijk toepaste. In het contrappunto alla mente improviseerden de zangers twee- tot driestemmig over een bestaande cantus firmus in lange notenwaarden volgens de regels van het contrapunt. Deze compositie toont die technieken.’
Het is opvallend dat de D niet is voorbehouden aan Dufay. ‘Guillaume Dufay is maar korte tijd lid van de Bourgondische kapel geweest’, zo verklaart Van Nevel. ‘Hij was – in tegenstelling tot zijn tijdgenoot Binchois – veel te Europees om zich intens te verbinden aan het Bourgondische hof en bovendien bevriend met het hof van Savoie.’

De letter J
De J is natuurlijk voorbehouden aan Josquin Desprez, hoewel zijn positie enigszins te vergelijken is met die van Dufay: ‘Josquin was te Europees en te eigenzinnig om zich te binden aan één hof. Bovendien was hij bij het zwaartepunt van de Bourgondiërs nog een jonge kerel, maar dat neemt niks weg van de kwaliteit van zijn muziek.’ Zijn werk is een bekroning op de ontwikkeling die de muziek van de Bourgondiërs heeft doorgemaakt.

De letter T
De letter T was ook geen makkelijke letter voor Van Nevel, maar goed, Jehan Tapissier mag natuurlijk niet ontbreken, want Filips de Stoute benoemde hem tot Maistre des enfans de choeur. Op het programma staat het Eya Dulcis, een typisch middeleeuws, isoritmisch motet.

De geheime letter
Bij één letter lukte het Van Nevel tegen zijn verwachting in niet om een componist te vinden: ‘Ik heb toen een anonieme compositie genomen en daar een fictieve naam op geplakt. Ik ben benieuwd of het publiek die gaat vinden.’
Dus op naar de marathon in de Jacobikerk om zelf op zoek te gaan naar de vreemde eend in de bijt. ‘De eerste twee die de letter vinden, krijgen van mij een cd’, zo belooft Paul van Nevel ons ook nog eens.

LUISTER NR. 733, JULI/AGUSTUS 2018


De Zweedse klanken van Torstensson

Klas Torstensson woont al 45 jaar in Nederland. Hij is getrouwd met de Nederlandse zangeres Charlotte Riedijk en dit jaar is hij 'composer in focus' bij De Doelen in Rotterdam. Alleen zijn naam lijkt zijn afkomst nog te verraden, maar niets is minder waar. Zweden is nog steeds de grote inspiratiebron voor zijn muziek.

‘Wil je je schoenen uitdoen, alsjeblieft?’ Enigszins gegeneerd omdat ik niet op de hoogte ben van dit Zweedse gebruik, trek ik mijn schoenen uit. Gelukkig stelt zijn vriendelijke toon me gerust. Op mijn sokken betreed ik het herenhuis in Haarlem. ‘Zullen we elkaar tutoyeren?’ vraagt hij.

Fastlandet
Boven, op zijn werkkamer, hangt een fotootje. Genomen vanuit het raam van zijn zomerhuis in Zweden, zes kilometer van de plek waar hij is opgegroeid. Je ziet vooral natuur. ‘Vroeger, als het flink had gesneeuwd, zetten we de auto bovenaan en gingen we met langlaufski’s naar beneden. Nu doen we dat niet meer, maar als ik even tijd heb zit ik er met mijn partituurschetsen voor het raam, genietend van het uitzicht.’

Het was in de winter van 2006 dat Klas, broedend op zijn compositieopdracht ter gelegenheid van het Sibelius-jaar, daar een formatie zwanen voorbij zag trekken. Met dit prachtige beeld viel alles op zijn plaats. De Finse componist Jean Sibelius was bezeten van zwanen. Hij noteerde in zijn dagboek wanneer hij voor het eerst in het seizoen zwanen zag, hoeveel, in welke formaties en onder welke weersomstandigheden. Een citaat uit Sibelius’ compositie De zwaan van Tuonela uit de Lemminkäinen suite kon dan ook niet ontbreken in zijn orkestwerk, dat Fastlandet (Het vasteland) zou gaan heten. Verbonden met het zwanenthema klinkt het zachte breken van dunne berkentakjes. ‘Het landschap waar Sibelius woonde lijkt erg op dat rond mijn zomerhuisje; met veel berken, water en bos. Net Zuid-Limburg, afgezien van het vele water dan.’

Fastlandet is het eerste deel van de Cycle of the North, waarin hij ons meeneemt op zijn muzikale reis. Van het vasteland gaan we naar de Poolzee (Polarhavet) om vervolgens op te stijgen naar de hemel (Himmelen). Een reis met een mooi vooruitzicht: ‘Eigenlijk gaat het mij nooit om de bestemming, maar om de reis ernaartoe, het himmelen. Dat is veel interessanter, ook als muzikaal proces.’

Christina
Klas houdt niet alleen van de Zweedse natuur, maar ook van vrouwen – in het bijzonder van Christina. In de liederencyclus In großer Sehnsucht uit 2004 wijdde hij al een lied aan deze Zweedse koningin (Stockholm, 18 december 1626 – Rome, 19 april 1689). Nu is hij bezig met een nieuw werk over haar. Terwijl we de schetsen bekijken, vertelt hij waarom hij zo in haar geïnteresseerd is.
‘Autunno di Christina gaat over de laatste jaren van haar leven, nadat ze afstand had gedaan van de Zweedse troon. Ze vertrok naar Rome en werd daar verliefd op kardinaal Azzolino. Ze schreef hem talloze brieven met zinnen als ‘Ik hou van je’ in een eigen geheimschrift. Een Zweedse vorstin die verliefd was op een kardinaal was in die tijd natuurlijk ondenkbaar.’
En dan was er nog het mysterie over haar nogal mannelijke gedrag: was de koningin misschien hermafrodiet, vroeg men zich af. In 1965 werd haar graf gelicht en kwam er een eind aan alle speculaties. Juist op dat spannende moment begint de nieuwe compositie voor sopraan en groot ensemble: ‘Christina stormt woedend het podium op met het lijkschouwrapport. Later komt ze tot rust en denkt ze terug aan haar mooie tijd met de kardinaal.’

Rijk klankenpalet
De première van Autunno di Christina is onderdeel van de concertserie Klas Torstensson, composer in focus. De Doelen zet hem niet voor niets in de schijnwerpers, hij functioneert in ons muziekleven als de overdrager van het natuur- en cultuurschoon uit het land van zijn oorsprong.
Maar bovenal heeft hij een unieke muzikale taal ontwikkeld. In zijn vroege werk trad hij in de voetsporen van Varèse en Xenakis: ‘In die tijd was mijn muziek veel ontoegankelijker. Genieten was er niet bij.’ Transpiratie bij de componist én luisteraar dus. Over een compositie van krap een half uur doet Klas nog steeds al gauw een jaar, maar door de toevoeging van tonale elementen heeft het publiek het makkelijker gekregen.

Veel van zijn werken beginnen tamelijk luid, zoals met de razende Christina in Autunno di Christina of de heftige paukensolo van Fastlandet. Je wordt hierdoor meteen meegetrokken in het muzikale proces en bevindt je niet meer als in een dwangbuis, zoals de uitvoeringen van zijn vroegere composities. Nee, je zit losjes op het puntje van je stoel en wordt steeds weer verrast door het rijke palet van muzikale klankkleuren.

KUNSTZONE 04/2018


Elegie van een stervend ecosysteem

In zijn videoclip Elegy for the Arctic confronteert Ludovico Einaudi ons met de opwarming van de aarde. Op een platform in de Noordelijke IJszee gezeten laat hij desolate pianoklanken horen, terwijl rondom hem gigantische stukken ijs van de Wahlenbergbreen Gletsjer met donderend geraas in het water tuimelen.

Einaudi is zichtbaar onder de indruk van wat hij ziet. Hij vertelt in een interview dat de vallende ijsbrokken grote golven veroorzaken en dat daardoor het landschap voortdurend verandert. Ook ik ben getroffen door de beelden. De melancholische muziek van Einaudi versterkt mijn besef dat we zuinig moeten zijn met de aarde. En ik ontdek dat componisten van over de hele wereld zich zorgen maken over de (slechte) invloed van de mens op de natuur en hun werk aangrijpen om hier de aandacht op te vestigen. In dit artikel volgen we enkelen van hen, via Estland naar Amerika, om te eindigen in ons eigen land.

Kleine schakel, grote gevolgen
De Estse componist Erkki-Sven Tüür woont op het eiland Hiiumaa in de Oostzee. Daar ziet bij dagelijks hoe zijn omgeving verandert. De zomers zijn koeler geworden, de winters warmer. En tot overmaat van ramp vindt er ook nog ontbossing plaats. Hierdoor kan een gevoel van ‘solastalgia’ ontstaan en het is alsof je je door al die veranderingen niet langer thuis voelt in je eigen omgeving. Zijn recente concert voor piccolo en orkest is vernoemd naar dit gevoel. Ook al is de piccolo het kleine instrument van alle orkestinstrumenten, hij beïnvloedt met zijn hoge tonen het hele orkest. Precies zoals de mens een heel ecosysteem kan ontregelen. De wisselwerkingen tussen piccolo en orkest ontaardt in heftige climaxen. In een mailwisseling laat hij me weten dat hij het liefst de verbeelding van de luisteraar prikkelt: ‘Hoort de luisteraar smeltende ijskappen, dan is dat oké. Maar iets anders mag ook, graag zelfs.’

De stemmen van het water
Op het strand in Alaska luistert John Luther Adams naar de Grote Oceaan. Naar de stem van iedere golf die binnenrolt, haar unieke stijgende en dalende contour, het crescendo en decrescendo, het interval tussen de golf ervoor en erna. Een plastic fles wijst hem op de vervuiling, de brandende zon op de smeltende ijskappen en de toename van woestijnen. ‘Ik moet me niet verder laten afleiden’, denkt hij. ‘Terug naar het pure luisteren.’ Maar dat is bijna niet mogelijk. ‘Het leven op de aarde ontstond uit de zee. Nu het poolijs smelt en het zeeniveau stijgt, worden wij geconfronteerd met het vooruitzicht dat we bijna letterlijk weer zee worden.’ Zijn 42 minuten durende compositie Become Ocean bestaat uit verschillende klankvelden, gespeeld door drie orkesten. Elk klankveld heeft zijn eigen tempo en ritme. Er ontstaat een tijdloos gevoel. De lage tonen in het begin lijken uit de diepe oceaan te komen. Ze zijn zo intens dat je je naar beneden getrokken voelt naar de bodem van de oceaan. De drie grote crescendi klinken als tsunami’s die de voorbode zijn van de naderende Apocalyps.

Adams en Tüür vertalen processen uit de natuur naar hun muzikale idioom. Er zijn ook componisten die heel anders te werk gaan, zoals Daniel Crawford. Eigenlijk is Crawford helemaal geen componist, hij studeerde geografie en Environmental Science. Toch componeerde hij het strijkkwartet Planetary Bands, Warming World. Hoe? Met hulp van geograaf Scott St. George van de Universiteit van Minnesota analyseerde hij temperatuurgegevens van het noordelijk halfrond. In het strijkkwartet hoor je de opwarming van de aarde in de stijging van de toonhoogte. Het is een grafiek die tot klinken is gebracht. Volgens St. George maakt het wetenschappelijk gezien niet uit of je data omzet in een grafiek of muziekstuk. Ze zijn allebei valide.

De roep van de weidevogel
Terug naar Nederland, Friesland. Naar de bevlogen componist, slagwerker en vogelaar Sytze Pruiksma. Hij is bezorgd over de onwetendheid van de meeste Nederlanders: ‘Mensen hebben geen idee wat er zich in de weilanden afspeelt.’ Eerlijk gezegd had ik me dat – onderweg naar het Friese dorpje Weidum en genietend van het weidse landschap en de vogels – ook niet gerealiseerd. Maar Pruiksma praat me snel bij: ‘Door de intensieve landbouw zijn de weilanden uitgeput en overbemest met stikstof. Daardoor zijn er bijna geen insecten meer en is dus voor veel vogels hun voedsel verdwenen.’ Als vogelaar ziet hij met lede ogen aan hoe het aantal weidevogels afneemt. In zijn compositie Wrâldfûgel (Wereldvogel) geeft hij de weidevogel een podium met zijn vogelfluitje. Na een rustig begin raakt de weidevogel in paniek en uiteindelijk blijft er een klagende, eenzame roep over. Pruiksma begeleidt zichzelf op zijn dulcimer, waarmee hij het (muzikale) landschap creëert waarin de weidevogel leeft.
Pruiksma vindt het fantastisch dat Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa is geworden en heeft daar zelf overigens ook hard aan meegewerkt. ‘Ik merk dat de nuchtere Friezen trots zijn geworden op hun land en meer zelfvertrouwen hebben gekregen. Dat zelfvertrouwen brengt mensen in beweging om iets te doen tegen de stervende ecologie.’

Groene mug
In Haarlem is ook een beweging in gang gezet. Daar zoemt De groene mug, een organisatie die de stad in 2030 klimaatneutraal wil laten zijn. Om dit initiatief een boost te geven componeerde Imre Ploeg, opgegroeid in Haarlem, De dans van de groene mug. De compositie werd in 2016 voor het eerst uitgevoerd door het Kennemer Jeugd Orkest, waar hij als kind lid van was. De dans van de groene mug is een reis door de ecologische geschiedenis en toekomst van Haarlem, van het drassige veenlandschap waar Haarlem uit opgetrokken is, naar het klimaatneutrale Haarlem in 2030. Tegelijkertijd komt de muziekgeschiedenis voorbij met citaten van Hendrik Andriessen (ook een Haarlemmer), zijn zoon Louis, Camille Saint-Saëns en de Damiaatjes van de Sint-Bavokerk. Oorspronkelijk klonken deze kerkklokken ter herinnering aan de verovering van het Egyptische Damietta. De Damiaatjes zouden zelfs door de Haarlemmers uit Egypte zijn meegenomen. Of dit waar is, valt sterk te betwijfelen. Voor Ploeg hebben de klokken echter een nieuwe betekenis gekregen. Als hij ze hoort speelt hij zijn eigen muziekstuk in zijn hoofd. Stiekem hoopt hij dat de leden van het Kennemer Jeugd Orkest dezelfde ervaring hebben: ‘Dat ze dan even aan de groene mug denken en zich bewust zijn van het klimaat.’

Hoop doet leven
Tijdens mijn muzikale reis ontdekte ik prachtige muziek van componisten die begaan zijn met de natuur. Ze maken ons bewust van de klimaatopwarming en alle andere negatieve invloeden van het Antropoceen. Maar er gloort hoop. Er zijn allerlei initiatieven om onze negatieve invloed op klimaat en natuur om te zetten in ambitieuze doelen om de stervende ecologie nieuw leven te geven. Muziek is daarvoor ook een goed instrument. Ze beleert niet, maar zet ons met haar verbeeldingskracht aan tot nadenken en, belangrijker nog: tot actie.

KUNSTZONE 03/2018

Volg mij op Twitter